Burgent
May 19, 2013, 10:59:28 am *
Welcome, Guest. Please login or register.

Login with username, password and session length
News: Als je dit leest, zit je op het nieuwe forum. Proficiat smiley Als er iets niet werkt, just let it know.
 
   Home   Help Search Calendar Login Register  
Pages: [1] 2 3 ... 10
 1 
 on: September 03, 2010, 06:25:39 pm 
Started by tdebaets - Last post by tdebaets
Vraag 1

Beschouw een 3-foutencorrigerende Reed-Solomon code met bloklengte n = 31.
De bewerkingen in het eindige veld GF(25) worden gedefinieerd met de primitieve veelterm p(D) = D5 + D3 + 1

Gevraagd:
1. Stel de Zech-tabel op voor de bewerkingen in het veld GF (25).
2. Geef alle wortels van de generatorveelterm. Wat is de informatielengte k van de code? Wat is het codedebiet?
Hoeveel fouten kan de code in werkelijkheid verbeteren?
3. Een bericht r(x) = alfa16x2 + alfa2x4 + alfa2x6 + alfa5x7 wordt ontvangen. Bepaal de syndroomveelterm S(z) en de foutlocatorveelterm Λ(z). Hoeveel fouten bevat het bericht?
Onderstel dat het aantal fouten kleiner is dan het gegarandeerd foutcorrigerend vermogen. Wat zijn de posities en waarden van de fouten? Wat was het verstuurde codewoord?

Vraag 2

Dezelfde vraag als vraag 1 in het examen 2de zit 2007, maar dan zonder deelvraag 4 en voor de volgende distributie:


 2 
 on: July 29, 2010, 06:28:06 pm 
Started by tdebaets - Last post by tdebaets
Vraag 1: Waveletgebaseerde ruisonderdrukking

1.1   Shrinkage
1.1.1   Wat is shrinkage in de context van waveletgebaseerde ruisonderdrukking?
1.1.2   Waarom kan shrinkage tot een zinvolle ruisonderdrukking leiden zonder de nuttige beeldinhoud te veel te verstoren?
1.1.3   Op welke manier kan shrinkage rekening houden met de signaal-ruisverhouding van het ingangsbeeld?

1.2    Significantiemaat
1.2.1   Wat is een significantiemaat?
1.2.2   Wat is een multischaal significantiemaat?
1.2.3   Hoe kan dit helpen om betere beeldrestauratietechnieken te ontwikkelen?

1.3   Markov-randomvelden in waveletrestauratie
1.3.1   Wat is een Markov-randomveld?
1.3.2   Hoe helpt een Markov-randomveld om betere beeldrestauratietechnieken te ontwikkelen?
1.3.3   Wat zijn de nadelen van een klassiek Markov-randomveld model in waveletbeeldrestauratie? Hoe vangen 'betere' technieken deze op? (geen formules, wel principes)


Vraag 2: Filters

Gegeven: recursief filter, ingangsbeeld bi(x, y), uitgangsbeeld bo(x, y)
c, d constanten, waarden buiten ingangsbeeld: constante grijswaarde g

for (y = 0; y < N; y++)
   for (x = 0; x < M; x++)
      bo(x, y) = c . bo(x-1, y-1) + d . bi(x, y)

2.1   Is dit een lineair of niet-lineair filter? Waarom?
2.2   Filter toepassen op een egaal grijs beeld met waarde g (zelfde g als in opgave). Hoe ziet het uitgangsbeeld er uit met c = d = 0.5? (pixelwaarden moesten ingevuld worden in een rooster op het opgaveblad)
2.3   Leg uit hoe dit filter reageert op een impuls op (8, 8 ) met waarde h.
Afmeting: 16x16, g = 0
bi(8, 8 ) = 128, alle andere pixels 0
2.4   Is dit een laagdoorlaat- of hoogdoorlaatfilter? Waarom?
2.5   Leg kwalitatief en in woorden uit hoe het uitgangsbeeld verandert als 0 < c < 0.5 en d = 1-c.

Vraag 3: Herbemonstering


3.1   Wat is dichtste-buur interpolatie? + formule
3.2   Wat is bilineaire interpolatie? + formule
3.3   Welk van deze behoudt het best de beeldscherpte?
3.4   Welke is het snelst?

Vraag 4  Weet ik niet meer, heb ik om een of andere reden niet overgeschreven

Vraag 5: Ingangsbeeld: 256x256 witte gaussiaanse ruis met variantie σ.
Dit beeld vergroten naar 512x512 met dichtste-buur interpolatie.

5.1   Wat is de verwachte ruisvariante in het genterpoleerde beeld? Waarom? Maak indien nodig onderscheid tussen verschillende pixels (naargelang hun positie relatief t.o.v. de pixels uit het originele beeld).
5.2   Is de ruis gecorreleerd? Waarom (niet)?

Vraag 6: zelfde als vraag 5, maar voor bilineaire interpolatie.

 3 
 on: June 10, 2010, 07:47:51 pm 
Started by JDR - Last post by JDR
Deel 1: gesloten boek

1) Beschouw de taal L = {ambncp}, met m, p en n natuurlijke getallen en m > p.

a) Kan je een reguliere expressie opstellen voor deze taal? Waarom wel/niet?
b) Geef een niet-ambigue grammatica voor deze taal.
c) Veronderstel dat er in de plaats zou staan: m != p. Hoe kan de grammatica uit b) aangepast worden om deze nieuwe taal te herkennen?

2) Gegeven de productieregels

E' -> E
E -> e
E -> PEpE
P -> epsilon

Veronderstel hierbij dat p het plusteken voorstelt en e een getal. Gegeven is de transitietabel van de bijhorende LR-parser en een JFLAP-figuur van de bijhorende DFA (met in elke toestand de LR-items erbij geplaatst). Maw. dit komt rechtstreeks uit de slides over het gebruik van dat "pos"-symbool in yacc dat dient als artificieel symbool om de inputpositie van uw lexer in op te slaan bij reductie.

a) Waarvoor kan deze grammatica gebruikt worden buiten het herkennen van aritmetische zinnen? (Hint: waarvoor dient het symbool P?)
Met andere woorden, hij wilt gewoon horen da ge weet dat het gaat om dat positie-geval.

b) Kan je aan de figuur van de DFA zien of deze grammatica ambigu is? Waarom wel/niet? Geef de eerste 5 toestanden die de parser doorloopt bij input "epe".

c) Hoe zou je het shift/reduce-conflict oplossen? I.e. geef de nodige aanpassingen die moeten gebeuren aan de "e"-kolom in de transitietabel. (dus niet een andere grammatica gebruiken ofzo, ge moet wel degelijk de shift/reduce-conflicten oplossen).

d) Geef nu de 5 eerste toestanden die de parser doorloopt voor input "epe".

3) Semantische analyse

Code:
void transDec(S_table venv, S_table tenv, A_dec d){
switch(d->kind){
...
case A_functionDec:
S_beginScope(venv);
A_fundec f = d->u.function.head;
Ty_ty resultTy = S_look(tenv, f->result);
Ty_tyList formalTys = makeFormalTyList(tenv, f->params);
S_enter(venv, f->name, E_funEntry(formalTys, resultTy));
{A_fieldList l; Ty_tyList t;
for(l=f->params, t=formalTys; l; l=l->tail, t=t->tail)
S_enter(venv, l->head->name, E_VarEntry(t->head));
}
transExp(venv, tenv, d->u.function.body);
S_endScope(venv);
break;
...
}
}

a) Wat is de bedoeling van dit codefragment? Verwijs in uw antwoord naar regelnummers.

b) De regel met S_beginScope staat niet op de juiste plaats. Waar moet deze regel komen en waarom?

c) Hoe worden typedeclaraties binnen de functie afgehandeld?

4) Loops

a) Wat is een reduceerbare graaf? Geef een voorbeeld van een niet-reduceerbare graaf.

b) Hoe worden lussen gedetecteerd in een controlegraaf?

c) Pas dit toe op de volgende graaf. Bepaal de dominatorboom en geef voor elke lus de bijhorende back-edge en verzameling van knopen.

Nodes: 1 tem. 7
Gerichte paden:
1 -> 2 -> 3 -> 5 -> 6 -> 7
2 -> 4 -> 5
6 -> 8 -> 5
6 -> 1
5 -> 2
2 -> 1

5) Liveness-analyse en registerallocatie

a) Geef het algoritme om liveness te berekenen in een flow-graaf.

b) Geef een schema van de verschillende fasen in het registerallocatie-algoritme, inclusief feedback-loops tussen de fasen.

c) Wat is freezen en waarvoor wordt het gebruikt?

6) Lusoptimalisaties

Gegeven volgende lus:
Code:
for i := 1 to N
for j := 1 to N
for k := 1 to N
A[i, k+2] = i + j + k;

a) Geef de affiene index-expressie van de geheugenreferentie in matrixvorm.

b) Wat is de hergebruiksafstand van de geheugenreferenties A[i, k+2]?

c) Welke optimalisatie zou je hier voorstellen en waarom? Pas deze toe.

Deel 2: open boek

7) SSA

Gegeven volgende flow-graaf + de effectieve graaf (i.e. met blokken code).

Nodes: 1 tem. 7
Paden:
1 -> 2 -> 3 -> 4 -> 5 -> 7
3 -> 5
2 -> 6 -> 7
7 -> 2

a) Bepaal de dominantiegrens van node 3
b) Stel de dominatorboom op
c) Voeg phi's toe waar nodig volgens het SSA-algoritme (in de graaf met de code in uiteraard, die weet'k wel ni meer).

 4 
 on: May 25, 2010, 09:29:54 am 
Started by tdn - Last post by tdn
Zijn er nergens examenvragen van vorige jaren te vinden?

Kwestie van te weten waaraan we ons mogen verwachten...

 5 
 on: May 18, 2010, 01:44:12 am 
Started by IL_vitto - Last post by IL_vitto
Kwestie van die artikels eens te kunnen opzoeken:


Een opgekuiste versie van de slides van ondernemingsrecht 2009-2010, aangezien de slides op Minerva naar mijn mening vrij onoverzichtelijk zijn:


 6 
 on: January 26, 2010, 06:43:48 pm 
Started by Heiko - Last post by Elyseum
1) Bespreek en situeer in de cursus onderstaande chemische formule
(formule ivm CaCo3 + H2SO4 => ...., dus zure regen....)

2) In zijn boek "The nature of Technology and how it evaluates" schreef Brain W "There is an irony here. Technology, as I have said, is the programming of nature, the orchestration and use of nature's phenomena. So in it's deepest essence it is natural, profoundly natural."
Kader en bespreek zoals in de cursus gezien.

3) Geef en bespreek de zuurstofcyclus
Dus O. Best tekening geven Wink. Komt sterk overeen met de C cyclus, aangezien C en 0 makkelijk binden
3.2) O in de atmosfeer, welk proces?
Ozon + CFK's bespreken

 7 
 on: January 23, 2010, 06:27:00 pm 
Started by ... - Last post by JDR
2009-2010 iets meer in detail:

Oefeningen

Vraag 1: combinatie JEE en WebServices. De bedoeling was om een JEE-applicatie te maken voor een soort televotingsysteem, waarbij ge een lijst van opties hebt met een bijhorende lettercode (bv. A voor Arsenal) en ge per telefoonnummer 1 keer een stem kunt uitbrengen. Een stem is dan gewoon een combinatie van telefoonnummer en stemcode. De interactie met 't systeem moet gebeuren via een webservice die 2 methoden heeft: public String getChoice(code) waarmee ge de naam kunt opvragen van de optie die bij een stemcode hoort en public boolean vote(telefoonnummer, code) die dus voor een bepaald telefoonnummer een stem uitbrengt (da geeft dus true terug als uw stem succesvol was, false anders). Ook moest ge der een hulpmethodeke voor initialisatie bij steken die wat data in de database steekt om der mee te kunnen beginnen werken.

De eigenlijke vraag was dan: ontwerp de entities/EJBs/façades/etc, geef de relaties tussen uw entities, omschrijf uw architectuur, implementeer da boelke en maakt er een webservice-client voor. Daarna kwamen der nog wa prutsvragen lijk "Welke tabellen werden aangemaakt in de database" (derp) en "Ge kunt toch ook een application client maken die rechtstreeks met de EJBs babbelt, waarom zoude dan een web service maken?".

Vraag 2: Gegeven was een programmake da een bepaalde formule sequentieel uitrekent. 't Was iets in de trand van: f(x) = som(i=1 tem 10, een_of_andere_functie(10+i, 10+5*i)). Gevraagd was: parallelliseer dit naar 10 processen ('t moet niet werken voor andere aantallen). Ge kreeg al een hele code-setup voor da parallel programma en ge moest enkel nog een paar lijntjes invullen op een bepaalde plaats. De oplossing was dus gewoon elk proces 1 berekening te laten uitvoeren door die i in de berekening vervangen door rank en 1 MPI_Reduce uitvoeren, tadah. Pas wel op: in de formule hebben ze wel van 1 tem 10 gezet maar in code moet ge effectief 0 tem 9 berekenen.

Theorie

Was inderdaad 80% termen van buiten leren. De andere vragen die'k mij nog herinner zijn:

* De correctie berekenen met Cristian's methode in een cijfervoorbeeld, en de maximale skew bepalen na correctie. Da's dus gewoon die methode van Cristian toepassen, niets aan.

* Gegeven een serverproces inclusief code die ge naar believen kunt aanpassen.

1. Omschrijf in uw eigen woorden wat een poisson-proces is.
2. Hoe zou ge verifiëren dat het binnenkomen van requests een poisson-proces is, en hoe zou ge dan de parameter lambda bepalen?
3. Hoe zou ge verifiëren dat de verwerkingstijd van een request exponentieel verdeeld is, en hoe zou ge dan de parameter µ bepalen?

Als ge een poisson-proces hebt zijn de interarrival-tijden per definitie ook exponentieel verdeeld, dus de 2e en 3e vraag zijn eigelijk gewoon 't zelfde: code toevoegen om de tijd tussen arrivals en de tijd om een request te verwerken te meten, dan kijken of die verdeeld zijn volgens een exponentiële verdeling. Uw lambda en µ kunt ge dan bepalen door 't inverse te nemen van 't gemiddelde van die interarrival- en verwerkingstijden.

* Gegeven een parallel programma voor een bepaalde berekening uit te voeren. We willen nu de maximale speedup bepalen die kan behaald worden met dat programma. Beschrijf hoe ge met zo weinig mogelijk metingen deze maximale speedup zou bepalen.

Dit is gewoon een beetje rekenen met de wet van Amdahl. Het was niet expliciet gegeven, maar ge mocht er hier van uit gaan da ge uw sequentiële uitvoeringstijd kent. Noem E het deel van uw programma da ge niet kunt paralleliseren, dan is uw maximale speedup gelijk aan 1/E. De wet van Amdahl zegt bovendien da Sp = T1/Tp = 1/(E + (1-E)/p). Om daaruit E te halen moet ge dus enkel 1 meting van een Tp doen, pakt bv voor p=2. Dan is't gewoon nog kwestie van uw formuleke beetje om te rekenen.

 8 
 on: January 22, 2010, 09:46:48 pm 
Started by Elyseum - Last post by fred
1. bespreek uitbreidbare hashing, en geef voor en nadelen (oplossing van nadeel met lineaire hashing)
2.1 leg uit onderwerp georinteerd, gentegreerd, niet volatiel en met de tijd varirend
2.2 dashboard
3. voor en nadelen van een "op maat" gemaakt ERP systeem

 9 
 on: January 22, 2010, 04:01:18 pm 
Started by JDR - Last post by JDR
Voor het nageslacht, nu het nog vers in mijn geheugen zit:

1. (10/40 punten) 10 theorievragen, multiple choice, geen giscorrectie. Veel vragen waren in de vorm van 2 stellingen waarvan ge telkens moest zeggen welke er juist waren. Der komen dingen in terug als: zijn vaste en variabele verkoopkosten periodekosten? Hier hebde wa getallen voor brutowedde, werkgevers-RSZ, werknemers-RSZ en bedrijfsvoorheffing -> wat is de totale personeelskost?, principes van boekhouding, 't verschil in resultaat onder full costing vs direct costing als productie > verkoop, etc ...

2. (10/30 punten) Ge kreeg een voorlopige P&S-balans per 31/12/N3 vóór resultaatverwerking. Er werd gegeven dat er op 01/07/N3 een lening werd aangegaan van 100.000 over 5 jaar die met annuïteiten van 23097 wordt betaald en waarvan de intrest jaarlijks 5% bedraagt. De eerste betaling moet gebeuren op 01/07/N4. Verder had ge op uw balans 35.000 aan machinepark staan die op 01/01/N0 werd aangekocht voor 50.000 en aan 10% wordt afgeschreven (dus over 10 jaar). De eerste vraag was om het resultaat van het boekjaar (!) te bepalen in N3, de tweede om de eindbalans in te vullen, van elke (gegeven) categorie zeggen of't een actief of passief is, en de berekeningen te geven van hoe da ge aan de eindwaarden op uw balans komt, als ge weet dat de volgende verrichtingen nog niet op de P&S-balans verrekend werden:

* Ergens tijdens N3 (er wordt niet gezegd wanneer precies) werd een gedeelte van het machinepark (20.000 van de 50.000 die ge in N0 hebt aangekocht) verkocht voor 15.000. De betaling zelf gebeurt pas in het volgend boekjaar. Der werd bovendien gegeven dat de onderneming pro rata temporis afschrijft.

Hier moest ge in principe kiezen tussen systeem van de fiscus (ie. niet meer afschrijven in jaar van verkoop) of bedrijfseconomisch systeem (wel nog afschrijven pro rata temporis), maar aangezien er niet werd vermeld wanneer de verkoop precies gebeurt kunde dus afleiden da ge't systeem van de fiscus moest toepassen. De waarde op moment van verkoop van da deel is 14.000 (= uw 20.000 die ge van 01/01/N0 tot 01/01/N3 hebt afgeschreven aan 2000/jaar, en ni meer hebt afgeschreven tijdens't N3), en ghebt er 15.000 voor gevangen, dus ge trekt 14.000 af van MVA, rekent 15.000 toe aan vorderingen en rekent 1.000 aan uitzonderlijke opbrengsten (meerwaarden op realisatie vaste activa).

* Eindejaarsverrichting voorraden. Lees: voorraadwijzigingen. De eindvoorraad goederen bedraagt 500 (gegeven). In de voorlopige P&S-balans stond 1000, dus ge moet 500 extra kosten aanrekenen.

* Eindejaarsverrichting machinepark. Lees: afschrijvingen. Ghebt 14.000 aan waarde verkocht tijdens 't jaar, dus der blijft nog 35.000 - 14.000 = 21.000 over om af te schrijven. Die is afkomstig van de resterende 30.000 die ge ni hebt verkocht, dus 3.000 afschrijven in N3 (en een kost van 3.000 aanrekenen! niet vergeten)

* Eindejaarsverrichting schulden. Ge hebt 100.000 aan schulden op >1 jaar, maar op't einde van N3 moet ge't deel da ge in N4 gaat afbetalen overboeken naar de schulden op <1 jaar. De betaling die ge in N4 gaat doen (op 01/07/N4 dus) is een annuiteit van 23097, waarvan 5.000 intrest en dus 18.097 aflossing (5.000 want uw openstaand kapitaal is nog 100.000 op dat moment). Dus, ge haalt 18.097 uit schulden op >1 jaar en zet ze bij schulden <1 jaar.

Verder moogde ni vergeten uw intrestkost toe te rekenen aan uw huidig boekjaar. Ge hebt 6 maanden "verbruikt" van die intrestkost, dus ge boekt nen kost van 6/12 * 5.000 = 2.500 in N3 en zet 2.500 in uw toe te rekenen kosten (= overlopende rekening van het passief; maakt da ge goe weet welke van die overlopende rekeningen bij actief/passief hoort!).

Let ook op: op de P&S-balans stond ook een overgedragen verlies van vorig jaar, maar de eerste vraag is wel degelijk om het resultaat van het boekjaar te berekenen. Dat is dus enkel van dit boekjaar, zonder dat verlies er al bij te rekenen! Op de eindbalans (dus na resultaatverwerking en alles) moest dat verlies er wel bij verwerkt zijn.

3. (10/30 punten)

3.1 Zelfde vraag als uit 2008: ge kreeg verbatim de case classic pen en als extra info dat er een extra peet werd aangeworven die een kwaliteitscontrole doet voorafgaand aan elke production run. De extra kosten voor dien kerel waren 5.000 incl fringe benefits (maakt da ge die fringe benefits goe doorhebt, da's nog vrij tricky anders). Der werd expliciet bij vermeld dat de kosten gemaakt voor dien peet onafhankelijk waren van het aantal setup-uren. Uiteindelijke vraag: bepaal de nieuwe activity driver cost rate bereken de totale directe en indirecte kosten van purple pens, en bepaal de kostprijs van 1 purple pen. Ik heb dus gewoon die 5k aan de activiteit scheduling runs toegekend (omdat dat een activiteit is die per productierun wordt uitgevoerd; zie ook beschrijving in tekst). Da geeft een kost van 22k + 5k = 27k over 150 runs, dus mooi 180/run. Dan gewoon een kwestie van directe kosten te tellen (ik dacht iets van 550 en 280 - niet vergeten die 40% fringe bij 200 bij te rekenen) en indirecte kosten te berekenen (standaardmanier ma nu me 180/run, al de rest 't zelfde), op te tellen en te delen door 't productievolume. Da gaf dan uiteindelijk iets van 5 en ne scheet, feel free om de juiste waarde te posten.

3.2 Ge kreeg de case Sanac verbatim. Vraag was om de tijdsvergelijking voor het picken van orders op te stellen en de kost te berekenen van een bepaald order (4 orderlijnen waarvan 1 met 5 dozen die op 1 pallet passen, de andere 3 met palletten waarvan 1 gewrapt moest worden). Ik wist wel niet goed of ge bij't laden van dozen zowel de tijd om dozen te laden (6s per doos) als de tijd om een pallet te laden (1.5min) moest rekenen, of dat die pallettijd daar impliciet in vervat zit ofzo. Het meest logische lijkt mij van wel, en ik dacht dat dat ook zo tot uiting kwam in de formule die in de les werd opgesteld.

4. (5/30 punten)

4.1 Vraag over dat artikel van de horeca die een lagere BTW krijgen maar da ni doorrekenen aan de klant (whadden daar een krantenartikelke van gezien in de les + kort wat over gebabbeld). Specifieke vraag was dan "Leg uit: horeca rekent BTW niet door". Da komt gewoon neer op uitleggen da die mannen 't klote hebben en die BTW-verlaging gebruiken om hun personeel te betalen ipv hun prijzen te verlagen.

4.2 "Geef aan welke verschillen het aankopen van een gebouw door eigen financiering en het leasen van een gebouw hebben qua invloed op de balans en de resultaatrekening door 2 verschillen en 1 gelijkenis te geven".
Da's dus gewoon:

Verschil 1: Bij eigen financiering moede geen intrest betalen, bij leasing wel (= verschil resultaatrekening)
Verschil 2: Bij eigen financiering gaan uw liquide middelen naar beneden, bij leasing noteert ge een schuld aan leasinggever (= verschil balans)
Gelijkenis: Uw gebouw komt in allebei de gevallen bij uw MVA op de balans.

5. (5/30 punten) Vraag over BE-berekening en al dan niet aanvaarden van speciaal order, niets moeilijk aan als ge die oefeningen gemaakt hebt. Enige dingske waar ge iet of wat voor moest opletten was dat de variabele verkoopkosten wegvielen als ge't speciaal order zou aanvaarden (werd gegeven), dus da ge een hogere contributie hebt.

5.1 Aanvaarden y/n? + verklaar en maak eventueel bijkomende veronderstellingen (niet alle voorwaarden voor 't aanvaarden waren gegeven, dus da kwam eig neer op "toon mij da ge die voorwaarden kent").
5.2 Bereken BE-afzet en -omzet (zonder speciaal offer te aanvaarden, dus met de basic info). Gewoon formuleke toepassen.
5.3 Bereken veiligheidsmarge (zonder speciaal offer te aanvaarden). Gewoon formuleke toepassen.
5.4 Stel da ge naast da ene special offer ook nog een tweede zou krijgen (maar waarvan de variabele verkoopkosten er wel weer bij moeten) en ze niet allebei kunt aanvaarden wegens onvoldoende capaciteit: welk moede dan pakken? 't Eerste was een offer van 10.000 eenheden aan een verkoopprijs van 26 per eenheid (ipv de originele 37) bij een variabele kost van 20.188 per eenheid (enkel variabele fabricagekosten). 't Tweede was een offer van 5.000 eenheden aan een verkoopprijs van 30 per eenheid bij een variabele kost van 23.088 per eenheid (zowel variabele fabricage- als variabele verkoopskosten). 't Eerste geeft u een contributiemarge van 5,812, 't tweede van 6,912. Maarrr: van 't eerste maakte der wel 10.000 en van't tweede maar 5.000, dus da geeft totale contributies van 58.120 en 34.560. Dus 't eerste pakken.

 10 
 on: January 22, 2010, 11:05:00 am 
Started by Elyseum - Last post by ciri
1. Multi-level hashing + voordelen & nadelen + zoekboom
2. Bespreek SCD problematiek + oplossing
3. Bespreek SemiJoin + waar zeer nuttig ?

super chill exaam whiiiiiiii

Pages: [1] 2 3 ... 10
Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.12 | SMF © 2006-2009, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!