JDR
n00b

Posts: 8
|
 |
« on: January 22, 2010, 04:01:18 pm » |
|
Voor het nageslacht, nu het nog vers in mijn geheugen zit:
1. (10/40 punten) 10 theorievragen, multiple choice, geen giscorrectie. Veel vragen waren in de vorm van 2 stellingen waarvan ge telkens moest zeggen welke er juist waren. Der komen dingen in terug als: zijn vaste en variabele verkoopkosten periodekosten? Hier hebde wa getallen voor brutowedde, werkgevers-RSZ, werknemers-RSZ en bedrijfsvoorheffing -> wat is de totale personeelskost?, principes van boekhouding, 't verschil in resultaat onder full costing vs direct costing als productie > verkoop, etc ...
2. (10/30 punten) Ge kreeg een voorlopige P&S-balans per 31/12/N3 vóór resultaatverwerking. Er werd gegeven dat er op 01/07/N3 een lening werd aangegaan van 100.000 over 5 jaar die met annuïteiten van 23097 wordt betaald en waarvan de intrest jaarlijks 5% bedraagt. De eerste betaling moet gebeuren op 01/07/N4. Verder had ge op uw balans 35.000 aan machinepark staan die op 01/01/N0 werd aangekocht voor 50.000 en aan 10% wordt afgeschreven (dus over 10 jaar). De eerste vraag was om het resultaat van het boekjaar (!) te bepalen in N3, de tweede om de eindbalans in te vullen, van elke (gegeven) categorie zeggen of't een actief of passief is, en de berekeningen te geven van hoe da ge aan de eindwaarden op uw balans komt, als ge weet dat de volgende verrichtingen nog niet op de P&S-balans verrekend werden:
* Ergens tijdens N3 (er wordt niet gezegd wanneer precies) werd een gedeelte van het machinepark (20.000 van de 50.000 die ge in N0 hebt aangekocht) verkocht voor 15.000. De betaling zelf gebeurt pas in het volgend boekjaar. Der werd bovendien gegeven dat de onderneming pro rata temporis afschrijft.
Hier moest ge in principe kiezen tussen systeem van de fiscus (ie. niet meer afschrijven in jaar van verkoop) of bedrijfseconomisch systeem (wel nog afschrijven pro rata temporis), maar aangezien er niet werd vermeld wanneer de verkoop precies gebeurt kunde dus afleiden da ge't systeem van de fiscus moest toepassen. De waarde op moment van verkoop van da deel is 14.000 (= uw 20.000 die ge van 01/01/N0 tot 01/01/N3 hebt afgeschreven aan 2000/jaar, en ni meer hebt afgeschreven tijdens't N3), en ghebt er 15.000 voor gevangen, dus ge trekt 14.000 af van MVA, rekent 15.000 toe aan vorderingen en rekent 1.000 aan uitzonderlijke opbrengsten (meerwaarden op realisatie vaste activa).
* Eindejaarsverrichting voorraden. Lees: voorraadwijzigingen. De eindvoorraad goederen bedraagt 500 (gegeven). In de voorlopige P&S-balans stond 1000, dus ge moet 500 extra kosten aanrekenen.
* Eindejaarsverrichting machinepark. Lees: afschrijvingen. Ghebt 14.000 aan waarde verkocht tijdens 't jaar, dus der blijft nog 35.000 - 14.000 = 21.000 over om af te schrijven. Die is afkomstig van de resterende 30.000 die ge ni hebt verkocht, dus 3.000 afschrijven in N3 (en een kost van 3.000 aanrekenen! niet vergeten)
* Eindejaarsverrichting schulden. Ge hebt 100.000 aan schulden op >1 jaar, maar op't einde van N3 moet ge't deel da ge in N4 gaat afbetalen overboeken naar de schulden op <1 jaar. De betaling die ge in N4 gaat doen (op 01/07/N4 dus) is een annuiteit van 23097, waarvan 5.000 intrest en dus 18.097 aflossing (5.000 want uw openstaand kapitaal is nog 100.000 op dat moment). Dus, ge haalt 18.097 uit schulden op >1 jaar en zet ze bij schulden <1 jaar.
Verder moogde ni vergeten uw intrestkost toe te rekenen aan uw huidig boekjaar. Ge hebt 6 maanden "verbruikt" van die intrestkost, dus ge boekt nen kost van 6/12 * 5.000 = 2.500 in N3 en zet 2.500 in uw toe te rekenen kosten (= overlopende rekening van het passief; maakt da ge goe weet welke van die overlopende rekeningen bij actief/passief hoort!).
Let ook op: op de P&S-balans stond ook een overgedragen verlies van vorig jaar, maar de eerste vraag is wel degelijk om het resultaat van het boekjaar te berekenen. Dat is dus enkel van dit boekjaar, zonder dat verlies er al bij te rekenen! Op de eindbalans (dus na resultaatverwerking en alles) moest dat verlies er wel bij verwerkt zijn.
3. (10/30 punten)
3.1 Zelfde vraag als uit 2008: ge kreeg verbatim de case classic pen en als extra info dat er een extra peet werd aangeworven die een kwaliteitscontrole doet voorafgaand aan elke production run. De extra kosten voor dien kerel waren 5.000 incl fringe benefits (maakt da ge die fringe benefits goe doorhebt, da's nog vrij tricky anders). Der werd expliciet bij vermeld dat de kosten gemaakt voor dien peet onafhankelijk waren van het aantal setup-uren. Uiteindelijke vraag: bepaal de nieuwe activity driver cost rate bereken de totale directe en indirecte kosten van purple pens, en bepaal de kostprijs van 1 purple pen. Ik heb dus gewoon die 5k aan de activiteit scheduling runs toegekend (omdat dat een activiteit is die per productierun wordt uitgevoerd; zie ook beschrijving in tekst). Da geeft een kost van 22k + 5k = 27k over 150 runs, dus mooi 180/run. Dan gewoon een kwestie van directe kosten te tellen (ik dacht iets van 550 en 280 - niet vergeten die 40% fringe bij 200 bij te rekenen) en indirecte kosten te berekenen (standaardmanier ma nu me 180/run, al de rest 't zelfde), op te tellen en te delen door 't productievolume. Da gaf dan uiteindelijk iets van 5 en ne scheet, feel free om de juiste waarde te posten.
3.2 Ge kreeg de case Sanac verbatim. Vraag was om de tijdsvergelijking voor het picken van orders op te stellen en de kost te berekenen van een bepaald order (4 orderlijnen waarvan 1 met 5 dozen die op 1 pallet passen, de andere 3 met palletten waarvan 1 gewrapt moest worden). Ik wist wel niet goed of ge bij't laden van dozen zowel de tijd om dozen te laden (6s per doos) als de tijd om een pallet te laden (1.5min) moest rekenen, of dat die pallettijd daar impliciet in vervat zit ofzo. Het meest logische lijkt mij van wel, en ik dacht dat dat ook zo tot uiting kwam in de formule die in de les werd opgesteld.
4. (5/30 punten)
4.1 Vraag over dat artikel van de horeca die een lagere BTW krijgen maar da ni doorrekenen aan de klant (whadden daar een krantenartikelke van gezien in de les + kort wat over gebabbeld). Specifieke vraag was dan "Leg uit: horeca rekent BTW niet door". Da komt gewoon neer op uitleggen da die mannen 't klote hebben en die BTW-verlaging gebruiken om hun personeel te betalen ipv hun prijzen te verlagen.
4.2 "Geef aan welke verschillen het aankopen van een gebouw door eigen financiering en het leasen van een gebouw hebben qua invloed op de balans en de resultaatrekening door 2 verschillen en 1 gelijkenis te geven". Da's dus gewoon:
Verschil 1: Bij eigen financiering moede geen intrest betalen, bij leasing wel (= verschil resultaatrekening) Verschil 2: Bij eigen financiering gaan uw liquide middelen naar beneden, bij leasing noteert ge een schuld aan leasinggever (= verschil balans) Gelijkenis: Uw gebouw komt in allebei de gevallen bij uw MVA op de balans.
5. (5/30 punten) Vraag over BE-berekening en al dan niet aanvaarden van speciaal order, niets moeilijk aan als ge die oefeningen gemaakt hebt. Enige dingske waar ge iet of wat voor moest opletten was dat de variabele verkoopkosten wegvielen als ge't speciaal order zou aanvaarden (werd gegeven), dus da ge een hogere contributie hebt.
5.1 Aanvaarden y/n? + verklaar en maak eventueel bijkomende veronderstellingen (niet alle voorwaarden voor 't aanvaarden waren gegeven, dus da kwam eig neer op "toon mij da ge die voorwaarden kent"). 5.2 Bereken BE-afzet en -omzet (zonder speciaal offer te aanvaarden, dus met de basic info). Gewoon formuleke toepassen. 5.3 Bereken veiligheidsmarge (zonder speciaal offer te aanvaarden). Gewoon formuleke toepassen. 5.4 Stel da ge naast da ene special offer ook nog een tweede zou krijgen (maar waarvan de variabele verkoopkosten er wel weer bij moeten) en ze niet allebei kunt aanvaarden wegens onvoldoende capaciteit: welk moede dan pakken? 't Eerste was een offer van 10.000 eenheden aan een verkoopprijs van 26 per eenheid (ipv de originele 37) bij een variabele kost van 20.188 per eenheid (enkel variabele fabricagekosten). 't Tweede was een offer van 5.000 eenheden aan een verkoopprijs van 30 per eenheid bij een variabele kost van 23.088 per eenheid (zowel variabele fabricage- als variabele verkoopskosten). 't Eerste geeft u een contributiemarge van 5,812, 't tweede van 6,912. Maarrr: van 't eerste maakte der wel 10.000 en van't tweede maar 5.000, dus da geeft totale contributies van 58.120 en 34.560. Dus 't eerste pakken.
|